Vayak’hel “En
liet samenkomen”
Zijn Glorie
Deze week komen we aan het einde van Exodus. Het was nogal een reis,
zowel voor de Hebreeën als voor elk van ons - als we hun leven
van gebondenheid naar vrijheid herbeleefden. Het is misschien een van
de meest fantastische verhalen die ooit over het uitleiden van een volk
uit slavernij verteld werden, om uiteindelijk Zijn aanwezigheid onder
Zijn volk te plaatsen. De profetische betekenissen waren voor ieder
van ons zo rijk voor ons leven, toen we naar de schaduw van de geschiedenis
keken, om ons te leren over de essentie van het heden. Laten we echter
niet te gehaast zijn om de laatste bladzijde om te slaan en verder te
gaan, vooraleer we de grootste les hebben gezien.
Hoofdstuk 39 van Exodus documenteert de voltooiing van de Tabernakel.
Stel je het zicht voor, wanneer het volk er naar staat te kijken. De
slaven, die ooit de steden van Farao bouwden, waren hier samen, hadden
gewerkt als één en een woning gebouwd, niet voor een aardse
leider, maar voor de Almachtige Zelf. Mozes had toen hij daar stond
ongetwijfeld een moment dat hij met deze mensen niet dikwijls had ervaren,
zonder twijfel zo trots als een pauw over deze mensen en het werk dat
ze hadden volbracht.
Terwijl ze naar de Tabernakel staan te staren, met zijn goud, zilver,
brons en fijngeweven stof, komt de gedachte bij hen op dat er iets ontbreekt,
maar wat? Er zijn zes voorwerpen in het voorhof van de Tabernakel van
aan het altaar tot aan de ark. Zes is echter het getal van de mens.
Het is een incompleet getal. Zeven, het getal van voltooiing is wat
ze zouden moeten hebben. Wat is het dat ontbreekt?
Als de Hebreeën daar staan en zich over dit mysterie het hoofd
breken begint opeens de wolk van Zijn glorie te bewegen. Ze voelden
in hun geest dat het hun deze keer niet vertelde op te kramen en zich
klaar te maken om verder te gaan. Dit was een ander soort bewegen van
de wolk. De wolk bewoog zich over de mensen en waarschijnlijk stopte
ze net boven de Tabernakel. Mozes en het volk stonden onbeweeglijk toen
Zijn Glorie de tent bedekte. “ Was alles gebouwd volgens Zijn
specificaties” vroegen ze zich af?
Het antwoord kregen ze toen de Glorie zich verder zette en de Tabernakel
begon te vullen, tot een omvang dat zelfs Mozes niet in staat was dit
niveau van Glorie in te gaan
Het moet een schouwspel geweest zijn die dag, één waarvan
ik zeker hoop dat iemand de tegenwoordigheid van geest had het op video
op te nemen. Maar wat heeft dat allemaal te maken met ons vandaag? Moeten
we deze vraag zelfs stellen?
Laat me aub. toe de hierboven gestelde vraag met een vraag te b b beantwoorden,
wat trouwens in de eerste plaats een zeer Hebreeuwse manier van communiceren
is. Laat me toe, betreffende het vullen met Zijn glorie van de Tabernakel
in de wildernis, deze vraag te stellen. Als Zijn glorie een Tabernakel
vulde, gemaakt met de handen van mensen, hoeveel temeer dan zou Zijn
glorie onze Tabernakels moeten vullen, die niet met mensenhanden zijn
gemaakt, maar veeleer gevormd zijn naar Zijn beeltenis? Wel, dat is
een vraag om even bij stil te staan! Natuurlijk leidt één
goede vraag ons naar andere vragen, dus, hier gaat hij: “Precies
hoeveel van Zijn glorie zien we in onze Tabernakels vandaag?”
“Komt het enigszins in de buurt van de Tabernakel dat door mensen
gebouwd is?” Waarom is de essentie niet groter dan de schaduw?
Misschien ligt het antwoord op deze vragen precies in de reden waarom
jij en ik de Torah bestuderen, in de eerste plaats. Het gaat allemaal
om dingen die gebouwd worden volgens Zijn blauwdruk en niet volgens
die van mensen. Ons bestuderen van de Torah is zo,dat wij ons leven
richten naar de wijze die Hij bedoelde, zodat als Zijn Glorie onze Tabernakels
vult, het gunst, genade en zalving brengt, inplaats van oordeel en dood.
Neem even in overweging, dat als Hij in het verleden onze gebeden had
beantwoord, om ons te vullen met het niveau van Glorie waarover we hier
spreken en Hij inplaats van een altaar paaseieren had gevonden in ons
Tabernakel? Wel, dat is niet echt een goed beeld. Wat als Hij inplaats
van een Genade Zetel een kerstboom zou vinden? Dat doet het haar in
je nek een beetje rechtop staan nietwaar?
Zo lezen we deze week dat een van de doelen van de Hebreeuwse uittocht
bereikt is! HaShem heeft een tent die speciaal voor Hem gebouwd is en
van de geruchten over de manier waarop Hij de tent binnenkwam is Hij
vrij vergenoegd over de manier waarop de dingen lopen Maar wat met ons
echter? Misschien zijn we niet zo ver op de reis als we wel dachten.
Misschien hebben we nog wat kalven die moeten vermaalt en geconsumeerd
worden. Misschien moeten we nog een beetje meer aandacht schenken aan
hoe we vandaag in onze tabernakels leven. Misschien, heel misschien
is er een beetje meer plaats voor Zijn wegen inplaats van de onze.
Een laatste gedachte.Hij verlangt meer in onze tabernakels te leven,
dan wij verlangen dat Hij er zou zijn. Het is niet dat wij op Hem wachten,
het is dat Hij in Zijn genade op ons wacht en wanneer het patroon in
ons leven juist is, zal Zijn Aanwezigheid komen en als dat er zal zijn,
wel om een lied te citeren, “Ik kan het me alleen maar inbeelden!”