Ekev “Omdat”
Maak dat dit hier buiten is!
"Maak dat dit uit mijn huis is!” Dat zijn woorden die elk
kind sinds het begin der tijden wel eens gehoord heeft. Het zijn woorden
die de meesten van ons echt niet begrepen. We waren er diep door gekwetst.
We konden gewoon niet verstaan waarom Mama er zo tegen was dat onze
troetelkikker door het huis zwierf. Wat had ze eigenlijk tegen dat schattige
kleine beestje? Begreep zij dan niet dat die zandtaart onze bijdrage
was aan de eettafel, net zoals de verse bloemen die zij buiten had geplukt?
Hoe zou een huis er uit zien als de kinderen verantwoordelijk waren
voor wat er door de deur komt? Het zou voorzeker een plaats zijn waar
de meesten van ons niet op bezoek zouden willen komen, laat staan er
in leven. Na verloop van tijd zou het een plaats zijn van dode en stervende
creaturen, microben en vuiligheid. Als je het genoeg tijd geeft zou
het ontaarden in een plaats die zieke en zelfs dood kweekt voor degene
die er binnengaat. En intussen zouden de kinderen verder spelen zonder
de gevolgen van hun gedrag te beseffen.
In Deuteronomium 7:26, wordt aan de Hebreeën gezegd niets verfoeilijks
in hun huizen te brengen. Ze moeten dat volkomen verafschuwen en er
niets mee willen te maken hebben. Hou er wel even rekening mee dat deze
mensen de “ Kinderen “ van Israël genoemd worden. We
zouden dit vers best een beetje nader bekijken als we de echte betekenis
ervan willen begrijpen.
.
De Hebreeërs zouden aangaande dit vers eerst een zeer belangrijke
vraag moeten stellen:”Verfoeilijk voor wie? “ Ze konden
hiervoor zeker niet hun eigen normen als maatstaf gebruiken. Als zij
hadden moeten oordelen over wat verfoeilijk was en wat niet, kon hun
hele geschiedenis hen vertellen dat hun huizen in minder dan geen tijd
varkensstallen zouden worden waarin je niet kon leven. En we weten allemaal
dat dat niet kosher zou zijn
Opdat hun huizen rein zouden blijven zouden ze aan de ingang een bord
moet hangen, waarop geschreven stond: “ VADER WEET HET BEST!”
Ze zouden hem de leiding moeten geven om te bepalen wat er al dan niet
mocht binnenkomen. Ze zouden van dan af aan, hun vertrouwen niet meer
in familie, buren, vrienden en kleine stemmetjes mogen stellen. Ze zouden
moeten leven naar “ Het staat geschreven” wat goed en wat
slecht is om in huis te brengen.
Er is in een paar duizend jaar echt niet veel veranderd. We hebben nog
steeds met dezelfde kwesties te maken. De antwoorden mogen dan in onze
tijd iets gecompliceerder zijn, maar de fundamentele vraag blijft hetzelfde.
Wat laten we vandaag in ons huis toe? Naar wiens normen oordelen we
wat er binnenkomt en wat niet? Wie heeft de uiteindelijke autoriteit
over de ingang tot ons huis? Eén ding is zeker. Als wij niet
de leiding hebben over wat er al dan niet in ons natuurlijk huis binnenkomt,
zullen we zeker geen leiding hebben over wat ons geestelijk huis binnenkomt