LEVENDE THORA
July 31, 2010
Deut. 7:12–11:25
Jesaja 49:14–51:3
2Koningen 1-3

Ekev “Omdat”
Maak dat dit hier buiten is!

"Maak dat dit uit mijn huis is!” Dat zijn woorden die elk kind sinds het begin der tijden wel eens gehoord heeft. Het zijn woorden die de meesten van ons echt niet begrepen. We waren er diep door gekwetst. We konden gewoon niet verstaan waarom Mama er zo tegen was dat onze troetelkikker door het huis zwierf. Wat had ze eigenlijk tegen dat schattige kleine beestje? Begreep zij dan niet dat die zandtaart onze bijdrage was aan de eettafel, net zoals de verse bloemen die zij buiten had geplukt?

Hoe zou een huis er uit zien als de kinderen verantwoordelijk waren voor wat er door de deur komt? Het zou voorzeker een plaats zijn waar de meesten van ons niet op bezoek zouden willen komen, laat staan er in leven. Na verloop van tijd zou het een plaats zijn van dode en stervende creaturen, microben en vuiligheid. Als je het genoeg tijd geeft zou het ontaarden in een plaats die zieke en zelfs dood kweekt voor degene die er binnengaat. En intussen zouden de kinderen verder spelen zonder de gevolgen van hun gedrag te beseffen.

In Deuteronomium 7:26, wordt aan de Hebreeën gezegd niets verfoeilijks in hun huizen te brengen. Ze moeten dat volkomen verafschuwen en er niets mee willen te maken hebben. Hou er wel even rekening mee dat deze mensen de “ Kinderen “ van Israël genoemd worden. We zouden dit vers best een beetje nader bekijken als we de echte betekenis ervan willen begrijpen.
.
De Hebreeërs zouden aangaande dit vers eerst een zeer belangrijke vraag moeten stellen:”Verfoeilijk voor wie? “ Ze konden hiervoor zeker niet hun eigen normen als maatstaf gebruiken. Als zij hadden moeten oordelen over wat verfoeilijk was en wat niet, kon hun hele geschiedenis hen vertellen dat hun huizen in minder dan geen tijd varkensstallen zouden worden waarin je niet kon leven. En we weten allemaal dat dat niet kosher zou zijn

Opdat hun huizen rein zouden blijven zouden ze aan de ingang een bord moet hangen, waarop geschreven stond: “ VADER WEET HET BEST!” Ze zouden hem de leiding moeten geven om te bepalen wat er al dan niet mocht binnenkomen. Ze zouden van dan af aan, hun vertrouwen niet meer in familie, buren, vrienden en kleine stemmetjes mogen stellen. Ze zouden moeten leven naar “ Het staat geschreven” wat goed en wat slecht is om in huis te brengen.

Er is in een paar duizend jaar echt niet veel veranderd. We hebben nog steeds met dezelfde kwesties te maken. De antwoorden mogen dan in onze tijd iets gecompliceerder zijn, maar de fundamentele vraag blijft hetzelfde. Wat laten we vandaag in ons huis toe? Naar wiens normen oordelen we wat er binnenkomt en wat niet? Wie heeft de uiteindelijke autoriteit over de ingang tot ons huis? Eén ding is zeker. Als wij niet de leiding hebben over wat er al dan niet in ons natuurlijk huis binnenkomt, zullen we zeker geen leiding hebben over wat ons geestelijk huis binnenkomt

Vertaald Door Simone Van Goethem, Antwerp Belgium
http://messiaanshetlevendwater.be/